Zaden en planten 2026

Deze zaden hebben we onlangs gekocht en gaan dit jaar bij onze moestuin de grond in

Knolselderij ‘Roem van Zwijndrecht’

Roem van Zwijndrecht’ is een kleinere knolselderij. Dit ras heeft een lange groeiperiode en de bodem moet juist in het eindstadium over voldoende voeding beschikken. Dan vormt zich namelijk pas de knol.
1 zakje is voor circa 40m2, en de plantafstand bedraagt 45×35 cm.

Knolselderij ‘Roem van Zwijndrecht’ vormt een knol met een diameter van zo’n tien cm en is kleiner dan de meest voorkomende knolselderij. Heeft een lange groeiperiode en juist in het eindstadium, als de groei van de knol moet plaatsvinden, moet de plant kunnen beschikken over voldoende voedingsstoffen.Dit vraagt een krachtige, liefst humeuze grond. Een schepje compost in het plantgat werkt erg goed.
Voorzaaien in april in een bakje op een warme plaats (ca. 20°C).
Na ca. 1 maand verspenen in potjes of tijdelijk in kas of platte bak zetten, daarna planten in de volle grond.
Uitplanten in de vollegrond vanaf 2e helft mei op 50 x 40 cm. Eind oktober opsteken, wat grond afschudden, buitenste blad afsnijden en bij elkaar ingraven, de knol net onder de grond. Bij vorst afdekken. Vorstvrij inkuilen is ook mogelijk, dan al het blad verwijderen.

Pompoen ‘Amoro F1’

Pompoen ‘Amoro F1’ vormt hartvormige pompoenen. Het vruchtvlees heeft een zachte smaak en is zeer geschikt voor soep. De plant produceert vruchten die snel ontpitten en gemakkelijk te snijden zijn.
1 zakje is voor circa 5m2, en de plantafstand bedraagt 75×75 cm.

Zaaien
Zaai pompoenzaad op de vaste, vochtige grondlaag. Deze bevindt zich meestal op een diepte van 3-5 cm. Voor een optimale kieming is het belangrijk dat de bodem op zaaidiepte een temperatuur heeft van minimaal 18°C op het moment van zaaien én de daarop volgende week. Een te koude of te natte grond vertraagt het kiemingsproces waardoor schimmels en bacteriën de kiemende zaden kunnen aantasten. Boven de 22°C verloopt de kieming zeer snel, waardoor deze plantpathogenen minder kans hebben om toe te slaan.
Oogst en bewaring
Zodra de vruchtsteel begint te verkurken en het blad begint af te sterven zijn de vruchten oogstrijp. Voor de beste bewaarbaarheid is het raadzaam om de vruchten na de eerste tekenen van afrijpen zo snel mogelijk te oogsten om eventuele zonnebrandschade te voorkomen. Na oogst kunnen de vruchten het beste bewaard worden op een temperatuur tussen 8°C en 12°C. Het is belangrijk om de pompoenen, tijdens de bewaring, goed te blijven ventileren.

Stoksnijboon ‘Helda’

Het meest geteelde ras in de vollegrond is de stoksnijboon ‘Helda’. De brede en afgeplatte peulen zijn vrij lang. Om de groei erin te houden moet men deze bonen enkele keren per week doorplukken.
1 zakje is voor circa 12m2, en de plantafstand bedraagt 75×15 cm.

Stoksnijboon ‘Helda’ is verreweg het meest geteelde ras in de vollegrond. De peulen zijn lang, vrij breed en afgeplat. Snijbonen zijn zeer productief.
Pluk regelmatig door (2 x per week) en verwijder te dikke bonen om de groei er in te houden. Zaaitijd half mei tot begin juli, 4-5 bonen per stok, afstand 75 x 75 cm. 75 gram is genoeg voor ongeveer 30 stokken.
De oogst bij stokbonen begint wat later dan bij stambonen. Belangrijke voordelen van stokbonen zijn: geen problemen met schimmels (gewas kan goed opdrogen), lange oogstperiode en hoge opbrengst. Een stokboon klimt tegen de zon in en draai je van west naar oost over de zuidkant van de stok / draad omhoog, oftewel linksom tegen de klok in.
Het materiaal (bamboestokken, bonenstaken, touwen,etc.) dat u gebruikt, maakt niet zoveel uit, maar het geheel moet bij volle belasting wel voldoende stabiel zijn. In iedere volkstuin is wel iemand te vinden die uitleg wil geven wat nu feitelijk het beste systeem is. Een oude leidraad, maar nog steeds actueel, is 8 à 10 planten per m² aanhouden. Twee keer zaaien (half mei en eind juni) geeft een goede oogstspreiding. Telen op een beschutte plaats.

Eikenbladsla ‘Red Salad Bowl’

De Eikenbladsla ‘Red Salad Bowl’ is goed te telen. Sla heeft een korte groeiduur (6 à 8 weken),het is dan ook belangrijk om de planten vroeg te verplanten. Het zachte blad heeft een zoete smaak.
1 zakje is voor circa 30m2, en de plantafstand bedraagt 30x30cm.

Mesclun ‘Puur Sla’

De Mesclun ‘Puur Sla’ kan vanaf het voorjaar tot in de nazomer geteeld worden. Wij adviseren te oogsten, wanneer de jonge plantjes 10cm hoog zijn. U kunt tot wel driemaal toe oogsten.
1 zakje is voor circa 10m2, en de plantafstand bedraagt 15x2cm.

Japanse haver – Groenbemester

Japanse haver komt snel op en omdat dit ras veel gewas maakt is het sterk tegen onkruid. Het is een uitstekende groenbemester die tegen de eerste nachtvorst kan, maar niet tegen strenge vorst.
1 zakje is voor circa 8m2, en de plantafstand bedraagt 20×2 cm

Japanse haver is een uitstekende groenbemester, die ook bijzonder geschikt is voor de latere inzaai.
Zaaitijd: april-september. Het komt zeer snel op, maakt veel gewas en is daardoor sterk tegen onkruid. De planten wortelen erg diep, zijn weinig structuurgevoelig en dragen bij aan een evenwichtig bodemleven. Het gewas kan wel tegen de eerste nachtvorst, maar zal bij strenge vorst doodvriezen. Japanse haver is als alternatief voor Tagetes ook geschikt om aaltjes te bestrijden. Zaaidichtheid: 80-100 kg/ ha.

Zomerwikke – Groenbemester

Groenbemester Zomerwikke is een snelgroeiende groenbemester die veel plantmassa creëert. Deze stikstofbinder maakt de grond mooi los dankzij de sterke doorworteling. Eén zakje is voor circa 7 m2 en de plantafstand bedraagt 15×5 cm.

Zomerwikke is een eenjarige, snelgroeiende groenbemester, die veel plantmassa creëert. Wikke is een vlinderbloemige (Leguminosen). Deze rijkbloeiende gewassen zijn erg belangrijk voor bijen en andere bestuivende insecten. Tevens kunnen deze planten stikstof uit de lucht opnemen en maken ze de grond mooi los door de sterke doorworteling. Het gewas sterft af in de winter.
Zomerwikke bedekt de grond niet geheel, waardoor het inzaaien van deze groenbemester de ontwikkeling van onkruid onvoldoende onderdrukt. Dat is echter op te lossen door bijmenging van andere zaden, zoals zonnebloemen of winterrogge.
Zomerwikke voelt zich ook thuis in mengsels. Een goed voorbeeld is wikke met Japanse haver. Deze twee soorten vullen elkaar aan wat hun gebruik van stikstof betreft. Samen zorgen ze ervoor dat er voor de volgteelt extra stikstof ter beschikking komt.

Zaaien: mei-half september
Grond: geschikt voor alle soorten grond

Winterrogge – Groenbemester

Winterrogge is een niet vorstgevoelig gewas dat uitstekend geschikt is als groenbemester. Dit gewas kan nog tussen augustus en oktober gezaaid worden en heeft goede doorworteling en grondbedekking. Eén zakje is voor circa 8m2, en de plantafstand bedraagt 20×2 cm.

Winterrogge is een zeer geschikte groenbemester die laat gezaaid kan worden (augustus tot oktober). Deze groenbemester is niet vorstgevoelig, geeft een snelle en goede grondbedekking en zeer goede doorworteling. Het houdt de bodem bedekt gedurende de winter, is effectief tegen erosie en doeltreffend in het vastleggen van stuifgevoelige grond. Na de winter is het gewas 20 à 40 cm. hoog en kan het gemaaid worden. De gewasresten dienen te worden ondergewerkt (door middel van frezen en/of ploegen) om hergroei te voorkomen.
Weinig ziekte- en plaaggevoelig. Geschikt voor alle grondsoorten, maar heeft moeite met natte en slempgevoelige percelen. Zaaidiepte 2-3 cm. Zaaidichtheid 100 kg/ha. 

Rijspeul ‘Grijze Roodbloeiende’

Rijspeul ‘Grijze Roodbloeiende’ ziet er fraai uit met zijn rode bloemen. Peulen in een iets ouder stadium, als de zaden net zichtbaar zijn, smaken iets zoeter dan de zeer jonge peulen.

Rijspeul ‘Grijze Roodbloeiende’ ziet er fraai uit met zijn rode bloemen. Peulen in een iets ouder stadium, als de zaden net zichtbaar zijn, smaken iets zoeter dan de zeer jonge peulen.
Verse peultjes, doperwten en capucijners zijn dé smaakmakers van de groentetuin. Problemen met ziekten en plagen zijn er nauwelijks en dat maakt het des te aantrekkelijk om deze gewassen zelf te telen. Men kan volstaan met weinig mest. Er zijn twee hoofdgroepen te onderscheiden: kort met een lengte tot ca. 70 cm (stam) en lange typen (rijstypen).
De rijstypen moeten langs gaas geteeld worden. Bij de teelt langs gaas kan aan beide zijden van het gaas een rij gezaaid worden.
Voor alle capucijners, erwten en peulen geldt dat een vroege uitzaai (maart/april) de beste resultaten oplevert; zaaien in mei en later geeft onvoldoende peulzetting en problemen met meeldauw.

Stamdoperwt ‘Kelvedon Wonder’

Kelvedon Wonder’ is een stamdoperwt die geen ondersteuning van gaas nodig heeft. Dit ras krijgt nauwelijks te maken met ziekten of plagen en is daarom erg aantrekkelijk. Voorzaaien kan al in februari. Eén zakje is voor circa 5 m2, en de plantafstand bedraagt 50×5 cm.

Stamdoperwt ‘Kelvedon Wonder’ is een zoete kreukzadig stamtype (geen ondersteuning van gaas nodig). Problemen met ziekten en plagen zijn er nauwelijks. Lengte ca. 70 cm.
Voorzaaien in een potje of zaaibak kan al in februari om vervolgens in maart uit te planten in de vollegrond op een plantafstand van 50×5 cm. Ook kan je direct in de vollegrond zaaien in de maanden maart en april op dezelfde plantafstand. De oogstperiode is van juni t/m juli.
Problemen met ziekten en plagen zijn er nauwelijks en dat maakt het des te aantrekkelijk om doperwten zelf te telen. Bij het telen van doperwten kan men volstaan met weinig mest. Er zijn twee hoofdgroepen te onderscheiden: kort met een lengte tot ca. 70 cm (stam) en lange typen (rijstypen).
De stamsoorten kunnen in principe zonder ondersteuning geteeld worden, maar een teelt langs (kort) gaas of met rijshout heeft ook hier voordelen: doorplukken is aanzienlijk gemakkelijker en er liggen geen peulen op de grond. Een gebruikelijke rijafstand bij stamtypen is 50 cm, in de rij zaaien op 5 cm.
In verband met muizen en vogels voldoende diep zaaien (3 à 4 cm). Voor alle capucijners, erwten en peulen geldt dat een vroege uitzaai (maart/april) de beste resultaten oplevert; zaaien in mei en later geeft onvoldoende peulzetting en problemen met meeldauw.

Kapucijner ‘Blauwschokker’

Kapucijners van het type ‘Blauwschokker’ heeft paarse bloemen en peulen, waarvan alleen de zaden geconsumeerd worden. Voorzaaien in een potje of vanaf maart ook direct in de vollegrond. Eén zakje is voor circa 9m2, en de plantafstand bedraagt 150×5 cm.

Kapucijner ‘Blauwschokker’ is een fors gewas en een rijstype (langs gaas telen). Zowel de bloemen als peulen zijn paars. Alleen de zaden kunnen geconsumeerd worden.
Voorzaaien in een potje of zaaibak kan al in februari om vervolgens in maart uit te planten in de vollegrond op een plantafstand van 150×5 cm. Ook kan je direct in de vollegrond zaaien in de maanden maart en april op dezelfde plantafstand. De oogstperiode is van juli tot in september.
Kapucijners zijn te vergelijken met doperwten, d.w.z. alleen de zaden kunnen geconsumeerd worden. Het meest gebruikelijk is de zaden vers te consumeren; invriezen kan eveneens prima (wel licht blancheren). Een tweede mogelijkheid is het gewas af te laten rijpen en de gedroogde zaden te gebruiken. 
Verse peultjes, doperwten en capucijners zijn dé smaakmakers van de groentetuin. Problemen met ziekten en plagen zijn er nauwelijks en dat maakt het des te aantrekkelijk om deze gewassen zelf te telen. Men kan volstaan met weinig mest.

Voor alle kapucijners, erwten en peulen geldt dat een vroege uitzaai (maart/april) de beste resultaten oplevert; zaaien in mei en later geeft onvoldoende peulzetting en problemen met meeldauw.

Berichten uit dezelfde reeks