De spoorlijn naar Oss
De geschiedenis van Oss, door Meester Henk.
De aanleg van de spoorlijn naar Oss
Kliknieuws Oss maart 2024 Algemeen
In september 1839 reed de eerste stoomtrein “de Arend” tussen Haarlem en Amsterdam met een gemiddelde snelheid van 38 km per uur. Tot 1839 is het snelste vervoermiddel de paardenkoets, die zo’n 14 km per uur haalde. Langzaam maar zeker kwamen er meer spoorlijnen dwars door het hele land, maar de lijn Tilburg-Nijmegen liet lang op zich wachten.
Pas in 1864 werd er een concessie verleend aan de Zuid-Ooster Spoorlijn Maatschappij om een spoorlijn aan te leggen tussen Nijmegen en Tilburg, waarvoor aandelen uitgegeven werden. Nijmegen kocht 600 aandelen a f 240,- per stuk, Oss 104 en Geffen 5, maar de financiering was nog steeds niet rond. In de Arnhemse Courant verscheen een groot redactioneel commentaar, waarin geklaagd werd over de Nederlandse investeerders. “Vanwaar die groote laauwheid bij ons volk om geld te geven voor onze nationale middelen van verkeer, en in het algemeen voor alle nijverheids-ondernemingen in Nederland? Oss is eener der bloeijendste gemeenten in Noord-Brabant. Alleen reeds het botervervoer naar Londen bedraagt niet minder dan een millioen kilo’s ‘s jaars.”
In 1879 besloot de Nederlandse regering alle resterende aandelen over te nemen. Donderdag 2 juni 1881 was het eindelijk zover: het station in Oss werd geopend. De feesttrein met de directie van de maatschappij werd onthaald met een uitgebreide lunch. Het Algemeen Handelsblad schreef een verslag: “Bravo, burgemeester Fenseling. Geen woordenpraal, maar woorden uit het hart, toen ge al uw geïnviteerden in de keurig versierde goederenloods namens eenige industrieelen een lunch aanbood, een lunch zoo keurig en fijn als men in Oss niet zou hebben verwacht. Maar ook: bravo, Henri Jurgens! voor uw kloeke, gezonde mannentaal”. Henri Jurgens had de opstelling van enkele gemeenteraadsleden gehekeld, die geen extra geld in de aanleg hadden willen investeren. Hij zei het aldus: “Wij betreuren het te moeten constateren, dat de meerderheid van de gemeenteraad niet wilde instemmen met uw gaven. Maar wij hebben de overtuiging, dat juist datgene wat ge ons heden bracht, de aanleiding zal wezen om dwaze, kleingeestige vooroordeelen tegen de vooruitstrevende maatschappij weg te nemen en te ontzenuwen; omdat wij weten, (…) dat de spoorlijn ons zal helpen om den geest van dofheid, domheid en dorheid te doen verdwjjnen, die hier veel, zeer veel heerscht en daarom is de beteekenis van dezen dag gewichtig en gedenkwaardig”.
Het was voor de bevolking van Oss wennen aan de voorbijrazende, puffende en fluitende stoomtreinen, die vanaf juni 1881 acht keer per dag langs kwamen. In de eerste jaren werden er talloze bekeuringen uitgeschreven. Vooral bewoners van de Kortfoort moesten wennen aan de nieuwe situatie: velen van hen kregen een boete van 1 gulden, omdat zij illegaal het spoor overstaken. Dat was een stevige boete, bijna het gemiddelde dagloon van een arbeider bij de boterfabrieken.
Ook het personeel moest wennen aan hun nieuwe taak. Zo kregen de spoorwegwachters Geertrui Veldhuizen en Adriana Verhagen 2 gulden boete, omdat zij nalatig waren geweest tijdens hun dienst: Geertrui had de spoorwegbomen te lang dichtgelaten en Adriana was ze vergeten dicht te doen. Ook het volgende krantenbericht uit november 1882 wijst op aanpassingsproblemen bij de bevolking: “Zaterdagmiddag, toen de trein uit Oss naar ’s-Hertogenbosch reeds in aantocht was, reed een boer met kar en paard over een onafgeslooten overweg. De vrouw van den spoorwegwachter, het gevaar bemerkende, ijlde toe, doch zij kon niet meer voorkomen, dat de kar door den locomotief gegrepen en een eind weegs weggeslingerd werd. De boer bekwam geen letsel en ook het paard bleef behouden, doch de vrouw van den wachter werd door een stuk van den kar getroffen en ernstig gekwetst”. Het volgende verhaal van 5 augustus 1891 is veel triester: “Een vreeselijk ongeluk had Dinsdag-namiddag plaats te Berchem. De vrouw van een spoorwachter stond met de vlag in de hand het voorbijgaan van de trein af te wachten, toen zij opeens haar tweejarig kind op den weg zag loopen. Zich naar haar kind te spoeden om het aan ’t gevaar te onttrekken, was het werk van een oogenblik, doch zij struikelde en viel, en beiden werden door den trein overreden. De moeder werd onmiddellijk gedood, haar hoofd was van den romp gescheiden; de kleine, ofschoon deerlijk aan het gelaat gewond, leefde nog, en is door dezelfden trein dadelijk mede naar Oss genomen naar het gasthuis aldaar”. Het zoontje overleed helaas ook.
Ook bij het rangeren ging het wel eens mis: “Een goederentrein uit Nijmegen is in volle vaart het station te Oss binnengeloopen, omdat het seinlicht aan het wachthuisje ontbrak; hij liep tegen een gereedstaande rangeertrein met vee. Vier dezer waggons werden uit de rails geworpen, doch het vee werd slechts weinig beschadigd”. Wel werden de machinist en stationschef bestraft wegens onoplettendheid: Ieder kreeg 15 dagen celstraf!
Tegenwoordig gebeurt zoiets niet meer: er zijn nooit vertragingen. Of ben ik het spoor bijster?
